Ik ben moe van het zoeken naar een perfecte dood voor mezelf
het verschilt niet aan het eind; als het mijn hoofd is,
dat onder het wiel van een auto ligt, die met 160 of 40 rijdt
of die brandschoon glanst in een badkuip
men moet weten mijn laatste brief is getekend door anderen
mijn onwaardige buurman; die huilend de trap beklimt
de kruidenier die mij onachtzaam aankijkt zonder een hallo
of de volkeren en geliefden; die elke keer als ik ze vertrouw tegen me ingaan
ik ben vermoeid om de muziek te volgen kleuren zijn vloeibaar
nieuwe straten bewandelen eist nieuwe gezichten
ik weet wie het was die Jesus doodstak in zijn rug toen hij de berg besteeg;
er is onachtzaamheid nodig om te leven
maar in het water van deze glazen bol,
waarin ik zoals zijn schuim voortdurend heen en weer ga,
is mijn enthousiasme gebroken en de handen van het kind, die mij schudden.
zwart en terassen – glazen en slaapvolle kamers
mijn raam zuigt me als de mond van een verlangende vrouw
de pillen regenen als touwtjes in mijn palm uit het flesje
nacht en daken – de uithangborden hebben de straten verlaten
hoe kan glas bloeden ergens waar het valt
het loopt ‘s nachts in mijn bloed
tot vandaag had ik geen fuitloos leven
ditmaal bedacht ik alles andersom en uiteindelijk
snap ik
om het leven in mijn handen te hebben
moet ik ook mijn dood aannemen

Kaan Koç