Het is 1976 en Mustafa Kör ziet het levenslicht onder de Anatolische zon. Drie jaar later wordt hij meegetroond naar België. Mustafa groeit op in Opgrimbie waar hij in 1998 na een auto-ongeval aan de Duivelsberg verlamd raakt. Zijn verlamming is het ontwaken van iets dat wellicht eerder al in hem sluimerde, namelijk literatuur.

“Mijn handicap leidde ertoe dat ik ging schrijven, uit woede, uit liefde. Ik wou alles uiten. Toch is het niet zo speciaal”, zegt Kör. “Je moet gewoon achter je talent zitten tot het magische moment waarop het kunst wordt. Dan kan je werk ook anderen inspireren. Misschien is mijn succes als schrijver wel letterlijk een geluk bij een ongeluk te noemen.”

In 2004 kaapt Mustafa Kör de extra eerste prijs voor proza van de El Hizjra-literatuurprijs weg met de Uitverkorene. Dit verhaal groeit uit tot zijn romandebuut De Lammeren (2007) waarin hij alle seksuele taboes links laat liggen. Hij concentreert zich vooral op het wankele evenwicht waar iemand mee worstelt die tussen twee culturen balanceert. Heel talentvol geeft hij zijn debuut een niet te versmaden literaire touch mee!

De dichter Rumi, boegbeeld van de mystieke islam – die dichterbij het christendom ligt dan je zou vermoeden – spreekt hem enorm aan. Het citaat van de stichter der dansende Derwisjen Mevlana Rumi, waarmee hij het boek opent, staat voor wat Mustafa zijn lezers met deze meesterlijke roman wil diets maken: “Wees de man van je belichaming of belichaam de man die je bent.”