Ik viel uit de boom, grond spreidde zich over me uit

Ik viel uit de wei, gedroogde mest zette zich aan me vast

Ik viel van de weg, heimwee kleefde me aan

Ik viel uit de liefde, een gekke koe liep over me heen

grassprietje

Ik herinner me je van het eerste speelgoed dat ik in mijn handen had, leven was een bootje en een vis. Het leven niet leven zoals het hoort, maar zoals leven. Niet zo diep zinken bijvoorbeeld dat je de toekomst van driejarige kinderen op de vlucht voor de oorlog voor een paar miljard euro tot een commercieel product maakt… Soms was je het ezelsvlees dat een Hamdi Usta door zijn pizza’s deed, dan weer de verkeerde diagnose van een andere dokter Reyhan. Soms ben je een uithangbord, dan weer een kwaadaardige buur. Maar op zijn onuitstaanbaarst ben je als je de vorm aanneemt van de menigte met wie je uit naam van de democratie een stem uitbrengt. Steeds weer als je voor me staat, merk ik dat we op een bepaald punt niet met elkaar overweg kunnen. Jij bent de kat van de slager, ik die van de straat.

Jij was de eerste die een gesettled leven begon, vanaf dat moment splitsten onze wegen zich. Daarna heb je vliegtuigen gemaakt voor jezelf, grenzen gesteld, maar vogels worden en vliegen, daarin zijn we niet geslaagd. Grenzen heb je gesteld, maar ons heb je niet uit elkaar gekregen. Steeds als ik je weer zag had ik een jij buiten wat ik zag.

Later zijn we opnieuw en opnieuw uit elkaar gegaan

In een café

In een theater

In een van twee lijnen

In een willekeurige letter van het alfabet

Opnieuw

Terwijl jij met een duif in je hand vredesboodschappen verkondigt, ben ik er al op tegen dat die duif gekooid is in je hand. Geluk is bestaan, zei je ooit. Geluk is dat je je op een bijzondere manier met jezelf prostitueert. Is de angst van de mens voor de eenzaamheid, die hij benoemt als de rituele behoefte lief te hebben, is de behoefte jezelf in een ander lichaam te vergeten, dat zei je ooit.

Als een levend wezen er niet in slaagt zijn ego eigenhandig te breken, dan staat hij al helemaal niet toe dat een ander dat voor hem doet, dan wordt hij onvermijdelijk een hufter.

Daarom hou ik van dieren. Kijk, kleine bergen staan op hun plek. Ze zijn wat ze zijn. En zo zijn ze bijzonder, zijn ze mooi. Van iets houden betekent niet dat je dat bezit. Het betekent dat je je diens vrijheid realiseert. Als de liefde op het moment zelf ontstaat, hoe zou die dan verantwoording af kunnen leggen over een paar jaar? Waarom proberen we mensen van wie we vanaf het allereerste moment houden steeds maar te veranderen

zodra dat moment verstreken is? Wat is de verwachting die tegenover dat houden van staat? Een ijskast?

Leven was toch zoiets als een eekhoorn?

Als je van iemand houdt omdat die van jou houdt, dan hou je niet van die persoon. Of je slaagt er niet in om te leren wat houden van inhoudt. Als je niet weet wat ‘houden van’ is, begrijp je niet wat het betekent dat er van je gehouden wordt. Als dat het geval is, hebben houden van en bemind worden door de uitvinding van geld stuivertje gewisseld, denk ik. Want zo is het toch, iemand met rijst, mensen van wie je houdt omdat ze kamelen, koeien hebben, zijn vervangen door mensen met geld. ‘Houden van’ is voortaan alles.

Ik heb je niet gezien op de vakantiedagen van mijn vader, dat is één, en twee: niet als we gezellig bijeen waren met sommige vrienden.

Ik vind dat we hier volledig uit elkaar moeten. Jij pakt je biezen en denkt lekker na, en ik kijk wat ik voel.

Wie weet, misschien een citroenboom of zomaar een abrikoos…

Twee stappen, drie straten, vier muren

Vijf stenen

Zes ontbijt

Daarbij thee

Een stille man

Een leven heel gewoon…

Alles wordt oud, maar je afwezigheid in mij blijft jong, zegt de dichter in mij.

Maar, zeg ik, zolang er nog steeds ergens kinderen van de honger doodgaan, kun je die staten, gebouwen, winkelcentra, smartphones, dubbele wegen van je mooi houden. Geef mij de toekomst van de kinderen maar. Als het om kinderen gaat, is de rest een detail, vind ik.

Want ik hou het meest van mensen als ze niet groter zijn dan een kind. Ik hou van wie ik hou zoals die is kortom. Omdat die is zoals die is.

Want zonder dat is het onmogelijk.

Dat gaat niet. Een van ons heeft het bij het verkeerde eind.

Denk wat je denkt, ik geloof je in feite niet.

Als jij een Homo Sapiens bent, ben ik een Neanderthaler.

Als jij aarde bent, ben ik een worm.

Als jij een gekke koe bent, ben ik een grassprietje.

Als jij een peer bent, ben ik een appel.

Als jij een driehoek bent, ben ik een eenhoek.

Als jij mij bent, ben ik jou, dus als jij een mens bent, ben ik de duivel.